Pro Musica Beverst

Pro Musica Beverst bestaat al meer dan 40 jaar.

Een overzicht maken is niet altijd gemakkelijk. Maar we kunnen het verhaal opdelen in periodes, waarin de bepalende factor, over het algemeen, de dirigenten zijn. Ik probeer deze dirigenten van uit een andere hoek te benaderen door typische trekjes te karikaturiseren aan de hand van enkele anekdotes.

Destijds, in 1973, vonden enkele enthousiaste zangers de tijd rijp om in de Bilzerse deelgemeente een hiaat op te vullen. Ze stichtten een profaan koor: Pro Musica Beverst. Na eenJaak van Gele zoektocht naar zangers en zangeressen kon er spoedig met een twintigtal mensen het gemengd 4-stemmig zangkoor worden gevormd. Onze toenmalige voorzitter noemde het al schertsend een gemengd zangkoor a la lettre: “er zijn er bij die kunnen zingen en er zijn er die nog gevormd moeten worden”. Wijlen Jaak van Gele nam de muzikale leiding op zich en vormde de over ’t algemeen onervaren koorzangers. Ik, als jongeling van 18 jaar, zette mijn eerste stappen in het vierstemmig koorleven, evenwel zonder ervaring met dit soort muziek maar heb altijd graag gezongen.  Het eerste lied dat we repeteerden had al een verborgen boodschap: “Come again ”.  Jaak  van Gele was naast een bekwaam dirigent, ook een begenadigd verteller.  We genoten van zijn kerstverhalen tijdens onze kerstconcerten.

In 1978 werd de dirigeerstok doorgegeven aan een jonge vers afgestudeerde dirigent.  Onze ambities werden  niet onder stoelen ludo claesenof banken gestoken. We wilden groeien, en daar kon Ludo Claesen zich in vinden.  We begonnen met enkele kennismakingscanons: ‘Ober mogen we u betalen’ en ‘een koe met de scheve snuute’. Ondertussen  groeide het koor stilaan van de pakweg 20 pioniers, naar meer dan 40 leden. En dromen werden waarheid. Er werd meegedaan aan de onvergetelijke wedstrijd in Pollheim-Duitsland, waar we het opnamen tegen overweldigende Oostblokkoren, en we haalden er een puik resultaat. Ook korter bij huis haalden we resultaten: We wonnen ‘De Gouden Ster’ in Lommel. Er werd samengewerkt met andere koren om uitvoeringen te doen met uitgebreid orkest. Met de memorabele uitvoeringen van het ‘Te Deum’ van Bruckner en Charpentier als hoogtepunten.  En tal van dubbelkorige uitvoeringen.

Patrick Windmolders, een jonge talentvolle knappe dirigent breide een succesvol vervolg aan ons verhaal.  Hij vond dat koormuziekpatrick windmolders moest openstaan voor iedereen. We wisselden de klassieke werken af met modernere stukken.  Die bracht hij mee van Londen, waar hij regelmatig ging rondsnuffelen naar nieuw repertoire. We brachten werken uit musicals of zelfs bewerkingen uit de hitparade. We herinneren ons de “Jesus  Christ Superstar” medley, het meeslepende “Maria” en “I want to be in America” uit West Side Story. Tot zelfs “Bohemian Rapsody” van Queen, wat we nog op Radio Donna hebben mogen zingen n.a.v. het 10-jarig overlijden van Freddy Mercury. We ontdekten ook het genot om op uitstap te gaan waarbij de vriendschapsbanden worden versterkt. Deze toffe traditie zetten we nog ieder jaar voort: in augustus trekken we met zijn allen voor een weekend weg.

Patrick werd opgevolgd door de piepjonge Titus Heidemann, (tada! Een naam als een klok).  Hij was Titus Heidemannafkomstig van Leipzig: De stad waar Johan Sebastiaan Bach de laatste 27 jaar van zijn leven doorbracht, en als Cantor aan het Thomanerchor verbonden was. Titus, zelf een begaafde zanger, was lid geweest van dit koor en nadien twee jaar assistent-dirigent. Als hij met egard en respect over J.S. Bach begon te vertellen werd het muisstil. Hij vertelde vaak over de tradities die er in het Thomaskoor leefden: bvb. Per duo was er één  partituur. De  jongste van de twee moest de partituur vasthouden.

Het was even wennen aan het Duits accent van Titus en aan de Duitse stemopwarmingsoefeningen : “Sturm sumt und brumt um Ulms Turm”. Het accent lag nu meer op Duitstalige werken en ook werken van J.S. Bach en tijdgenoten. Hij heeft ons op koortrip meegenomen naar zijn stad, en die van Johann Sebastiaan.

Titus had andere plannen en daarom werd Annick Claesen aangezocht om te leiding te nemen. Annick kende ons koor goed: ze was er zelf lid vanannick claesen geweest, voor ze een solo zangcarrière uitbouwde. Haar klasse als dirigent kwam tot uiting in de manier waarop ze afwerkte. Ze lette op ieder detail. Ze kende als professioneel zanger de technische kant van het zingen die ze ons geduldig overbracht.

Door de vergrijzing ging het ledenaantal stilletjes achteruit. Een jonge garde zorgde Inge Feyenniet voldoende voor de noodzakelijke aflossing: “zingen in een zangkoor is niet cool”?  Ook het mannenaantal daalde. Begin 2007 vonden we een enthousiaste Inge Feyen die de dirigeerstok overnam, en ons 3-stemmige liederen wou aanleren. Dat enthousiasme werkt aanstekelijk. We hebben met veel geestdrift de liederen voor het jubileumconcert van 25 mei aangeleerd en gebracht. En we hebben met nostalgie een aantal liederen van ons repertoire gebracht, samen met enkele dirigenten van toen: Ludo en Patrick.

Marcel Luts nam in september 2008 het dirigeerstokje over. Hij bracht een nieuw elan in de groep. Het ledenaantal steeg weer tot meer dan 40 zangeresjes en zangertjes. En we zingen terug 4-stemmig.

Erik Thoonen